Review: de LUXOR SAUMON-MER (CRACK 300)

 

Daar gaan we weer! Telkens ik in mijn molenkast een kijkje neem ligt daar een vintage beauty te lonken dat het hoog tijd is voor hààr fotoshoot. Tja, de reeks over knopen dan maar even uitstellen zeker…Vandaag zetten we de grote Luxor in de schijnwerper, gedurende meer dan 40 jaar dé ster onder de Franse zeemolens.

Geschiedenis

Met de uitvinding van de werpmolen beleeft de hengelsport in de jaren 30 een ware revolutie. De Engelsen lopen voor op de rest, en rond 1935 besluit het Franse Pezon et Michel een eigen merk van werpmolens te lanceren. Men geeft aan Paul Mauborgne de kans om een prototype te maken. Geen gewone jongen, deze Paul Mauborgne. Zonder technische vooropleiding zal deze autodidact de volgende jaren het ene prachtontwerp na het andere op de tekentafel toveren. Het prototype is een succes, en men komt tot een overeenkomst. Mauborgne zal molens ontwerpen én fabriceren (in de L.L.M. horlogefabriek). Pezon doet al de rest: verpakking, marketing en verkoop. Het eerste model (de kleine Luxor N°1)  komt in 1936 op de markt, in 1940 gevolgd door de grote Saumon-Mer N°3. Later volgen nog de Suprême N°2 (1947) en de Saumon-Mer Léger N°3L (1957). De laatste modellen, de Contact en Relax, hebben een gesloten spoel en verschijnen in 1963.

Opvallend: geen basisontwerp in verschillende groottes, maar telkens compleet andere en unieke modellen.

Luxors: N°1, N°2, N°3L, N°3

Als Mauborgne in 1963 plots overlijdt ontstaan er spanningen tussen zijn erfgenamen en Pezon. In 1967 volgt de definitieve scheiding. Pezon behoudt de merknaam “Luxor” en zal met wisselend succes nieuwe modellen lanceren tot begin jaren 80. Daarna kwijnt Pezon volledig weg.

De erfgenamen starten het eigen merk ‘Crack’, en blijven de klassieke Luxors fabriceren als de Crack 100 (LuxorN°1), Crack 200 (Luxor N°3L) en de grote Crack 300 (Luxor Saumon-Mer N°3). Ook het merk Crack komt eind jaren 70 in grote problemen, er was een reeks overnames, maar toch is de Crack 300 nog tot 2010 in productie gebleven.

En dan nu: de Luxor Saumon-Mer.

Eerst iets over de naam. Het is spijtig genoeg voltooid verleden tijd, maar in de jaren 40, 50 en 60 trokken vissers van over heel Europa   naar Frankrijk om daar op zalm te vissen. Vooral de woeste bergrivieren in de Pyreneeën (Gave d’Oloron…) behoorden tot de beste ter wereld én waren veel toegankelijker en goedkoper dan de elitaire rivieren in Groot-Brittanië en Noorwegen. Voor deze rivieren was zeer sterk materiaal een noodzaak: minstens 50/100ste (even sterk als een 30/100 van nu) en de meesten visten met 55/100ste  (nu: 38/100). De grote Luxor, met een capaciteit van meer dan 200 meter 50/100ste nylon, werd al snel de favoriete molen van zalm- en zeevissers. Niet enkel in Europa trouwens, ook in de USA kreeg de Luxor al snel een cultstatus bij de surfcasters.

Dé Pezon et Michel combo destijds voor het zware spinnen op zalm: de Luxor N°3 en de splitcane Télébolic N°7

 

DEMONTAGE

We draaien de slipdop los. Eerste verrassing: een slipdop van deze kwaliteit vinden we vandaag enkel op de allerbeste super-spinners! En dat voor een ontwerp van 70 jaar geleden!

De dop bestaat uit 4 elementen: een sterke behuizing met draaioortjes, een plunger (zuiger) met schroefdraad, een zeer krachtige veer en een zware cylinder. Als we de dop aandraaien zal de plunger de veer samendrukken tegen de cylinder, die de druk doorgeeft aan de remschijven in de spoel.

Deze slipdop werkt vanzelfsprekend zeer progressief en krachtig. Tenzij echt nodig zou ik niet proberen  de slipdop uiteen te halen. Goed uitwassen met white-spirit en dan oliën is normaal voldoende.

We nemen de spoel uit. Deze is uit lichtmetaal en zit op een zware messing spoellager.

Boven in de spoel zit een messing schijfje met ovalen gat dat gekoppeld is aan de spoelas, en daaronder een vilten remschijfje. Onderaan de spoel vinden we een fiber schijfje. Naar moderne normen is een  slip met slechts 2 remschijven ondermaats, maar voor het normale vissen in Europa is dit beslist voldoende. Vandaag is er een invloedrijke groep zeevissers, met de Amerikaan Alan Hawke op kop, die per sé met werpmolens  op grote  tonijn en andere big game willen  vissen. Zij eisen state-of-the-art slipsystemen met een spoel tjokvol remschijven en minstens 20 pound drag-power. Ieder zijn meug, en in de spoel van de Luxor is trouwens plaats zat voor een grote stack remschijven, maar dat had Mauborgne in 1940 natuurlijk niet zien aankomen. Als de Nederlander Rob Koelewyn begin jaren  90 een moderne copie van de Luxor uitbrengt onder de merknaam ‘Van Staal’ , is de zeer performante  slip naar mijn mening de enige echt opvallende innovatie  t.o.v. het origineel.

Nu draaien we de slinger los van de slingeras.(los=met klok mee)

De slinger is van een klassiek ontwerp en in de moer zit een vilten pakking.

We verwijderen de zijplaat (3 vijzen) en hebben nu toegang tot de carter.

WAARSCHUWING: de vijzen van de Luxor-molens zijn uit verchroomd messing, eerder dun en ook vrij zacht. Dus gebruik enkel schroevendraaiers die zeer goed passen!  Anders is de kans zeer groot dat de gleuf van de vijs beschadigd wordt en dan heb je een serieus probleem. Ook bij de montage oppassen: vijs gewoon vastdraaien, maar beslist niet vastwringen want dan breekt die gegarandeerd!

In de carter zien we de glijder van het op-en-neer systeem die onderaan op de centrale as is vastgeschroefd.

We verwijderen de borgschroef, veerrondel en gewone rondel. Opgelet: lukt enkel met een smal sleuteltje. We nemen de glijder  weg en trekken de centrale as uit het molenhuis.

De centrale as is in hoogwaardig inox en liefst 7 m/m dik. De Van Staal is de kampioen van de moderne molens met een as van…7 m/m!

Tip: je kan de roestbestendigheid van inox zelf testen met een magneetje. Bij de beste inox (zoals op deze Luxor) ‘plakt’ het magneetje niet in het minste.

De rotor zit met drie vijzen vast op de pignonas. In de rotor ligt een aluminium plaatje, bedoeld om water en vuil uit het mechanisme te houden. We nemen de rotor weg.

Onder het plaatje zien we het beugelmechanisme.  De beugel werkt normaal prima, maar bij molens gebruikt aan  zee zien we hier wel vaker corrosie (de platte trekker is geen inox maar gegalvaniseerd) en dan begint de beugel wat moeilijk te doen. Veel zeevissers verwijderden destijds de beugel (een eenvoudige ingreep) waardoor de Luxor een “PUM” model werd met manuele pick-up.

Ook op dit exemplaar is dat gebeurd.

P&M en Crack hadden trouwens een “surf” model zonder beugel-mechanisme en met  een rotor zonder beugel-opening.

Crack 300S, surf-model zonder beugelmechanisme

De rotor is zeer robuust, en de pick-up is bij de latere versies een integraal onderdeel.

Het lijnrolletje is hardchroom messing en draait op een verchroomd asje. Een klassiek ontwerp maar niet zonder problemen. Bij de betere fabricaten zoals de Luxors  draait het rolletje ook echt goed ALS men tenminste de moeite neemt om de pick-up regelmatig te reinigen en het rolletje tussen visbeurten in even ‘los te draaien’. Ook bij rologen op zeehengels is dit een issue, en de meeste AFTCO rologen die ik tegenkom zijn aangekoekt en rollen voor geen meter.

Tip:Eerst lijnrol goed reinigen, dan druppeltje dunne olie (beslist géén vet!) op asje en vijs. Terug monteren. Losdraaien van een lijnrolletje of roloog doen we met een eindje stevige nylon die we ROND het rolletje draaien. Terwijl we de einden van de draad wat aantrekken trekken we over en weer,waardoor het rolletje draait. Doe dit gedurende een minuut of zo.

Op de kop van het molenhuis zien we de holle as van de pignon, de koplager en in de kleine cup een dubbele pakking. De pakking (een vilten ring op een fiber ring) helpt effectief om water en vuil uit de molen te houden, maar is natuurlijk  minder efficiënt dan de moderne dichtingen. Een vintage molen vraagt inderdaad  wat meer ‘tender loving care’ dan een moderne, zeker bij gebruik aan zee.

Vervolgens de pakking uitnemen en de twee vijzen losmaken die de koplager vastzetten. We nemen de pignon uit.

Nieuwe verrassing: de koplager, de pignonas en de pignon zelf zijn samengeperst tot 1 unit. De enorme kogellager valt meteen op. Zelfs op de grote big-game reels kom je er geen tegen van dit formaat. De conische  pignon (kleine tandwiel) is in staal met zware vertanding. De holle as is messing en zit onderaan  geleid in het molenhuis. Het geheel past zeer  precies in het molenhuis, en zelfs op dit exemplaar met meer dan 20 jaren intensief gebruik op de teller zit er amper speling op de rotor.

Tenslotte nemen we het deksel onder handen

.

Aan de slingerzijde zien we de vijs van het oliepotje, handig om de slingeras regelmatig wat bij te smeren. Niet onbelangrijk, want  de slingeras is niet echt roestvrij en vaak zien we hier wat corrosie.

Mauborgne heeft op de slingeras ook een simpel systeem met gekartelde  klemmoer voorzien om de rotor tijdens de worp te blokkeren, zodat de lijn niet achter de pick-up kan slaan. Werkwijze: Voor de worp pick-up in laagste stand zetten en dan klemmoer vastdraaien (met klok mee). Als we na de worp aan de slinger draaien komt de moer automatisch terug los.

Het kroontandwiel is enorm groot en in hoogwaardig brons . Op het pennetje van het op-en-neer-systeem zit een inox busje dat als lager fungeert.

Op de achterkant zit het tandrad van de anti-retour.

De anti-retour zelf is simpel en degelijk. Verder demonteren is normaal niet nodig.

 

BEOORDELING

Het ontwerp uit 1940 is door Mauborgne in het begin een aantal keren bijgewerkt en verbeterd, maar is daarna eigenlijk niet meer veranderd tot en met de laatste Cracks uit 2010. Een productie van 70 jaar is natuurlijk zeer uitzonderlijk. Als Rob Koelewyn begin jaren 90 de peperdure Van Staal (later Zeebaas) molens lanceert zien we een weliswaar gemoderniseerde maar in essentie  exacte copie van het Luxor-ontwerp. Kortom: chapeau, meneer Mauborgne!

Niet dat de Luxor geen mindere kanten heeft natuurlijk. Laten we even de positieve en negatieve kenmerken oplijsten.

Positief.

Een zeer goede verhouding tussen inhaalsnelheid en kracht. Altijd een dilemma voor de ontwerper: hoe maak ik een ‘snelle’ zeemolen waarmee toch krachtig binnengehaald kan worden?  We kunnen de vergelijking maken met een fiets. Een groot verzet geeft snelheid maar mist de kracht om bergop te gaan.  De snelheid en inhaalkracht van een molen wordt o.a. bepaald door de overbrenging van de tandwielen (bij molens ‘ratio’ genoemd) en door de diameter van de spoel/rotor. Ik kom hier in een later artikel nog op terug, maar het beste evenwicht bereiken we met een relatief klein verzet in combinatie met een brede spoel.  De Luxor heeft een lage en dus krachtige overbrenging van 1/3,25 die in combinatie met de zeer brede spoel (diam 8cm) toch een prima  inhaalsnelheid van 80cm/slingerslag geeft.

Een brede spoel heeft nog andere voordelen: de lijn kringelt minder én je werpt verder dan met een smalle spoel.

De conische tandwielen zijn efficiënter om kracht door te geven dan de moderne hypoïde tandwielen. Ze zijn ook zeer sterk uitgevoerd.  Maar elk voordeel heb zijn nadeel, weet u wel. Conische tandwielen draaien minder zacht én zijn een stuk luidruchtiger dan de moderne.

De corrosiebestendigheid is zeer goed. Alle uitwendige delen (molenhuis, rotor…) zijn in geanodiseerd aluminium met extra vernislagen. Zelfs bij totaal verwaarloosde exemplaren zie je hier geen corrosie en op dit vlak is de Luxor/Crack een stuk beter dan bijvoorbeeld de Daiwa GS. Inwendig zijn er slechts 2 roestgevoelige onderdelen die wat extra zorg vragen: de slingeras en de platte trekker van het beugelmechanisme.

Negatief

De ingaande spoel maakt dat de molen gevoeliger is voor binnendringend water en zout dan molens met een overkappende spoel. Zeker als je hem op het strand gebruikt, toch altijd een zanderige en natte bedoening , vereist de Luxor een degelijk en regelmatig onderhoud.

Maar als je vanop de boot vist stelt dit probleem zich veel minder.

De enorme kogellager is van het “open” type, en moet zeer goed beschermd worden met vet.

Met slechts één kogellager en conische tandwielen draait de Luxor een stuk minder soepel en met meer geluid dan we gewend zijn van modern materiaal.

De geleiderol en het op-en-neer-systeem maken de molen eerder ongeschikt voor gebruik van gevlochten Dyneema-lijnen. (dit geldt trouwens voor de meeste vintage-molens.

Conclusie

De Luxor heeft een  ingaande spoel, een klassiek mechanisme met conische tandwielen en een klikkende anti-retour met tandrand.  Naar moderne normen wat rustiek en luidruchtig , maar toch nog zeer bruikbaar. Vooral voor het bootvissen blijft dit een interessante molen, want hij heeft een inhaalkracht die een stuk hoger ligt dan die van de meeste moderne molens.

Zelfbouw power-handle. De verlenging geeft extra inhaal-kracht

Destijds terecht zeer populair: de Bobinyl  spoelen