Spectra, Dyneema en knopen

 Als het Nederlandse DSM rond 1979  de Dyneemavezel (ook bekend als Spectra) op de markt brengt betekent dit, 40 jaar na het verschijnen van nylon, een nieuwe revolutie op   het vlak van vislijnen. Dyneema kan met recht een super-lijn genoemd worden : een enorme breeksterkte, geen rek, extreem bestand tegen veroudering en redelijk slijtvast. Toch ook enkele nadelen :

– Dyneema is veel dunner dan nylon voor een gegeven breeksterkte, maar toch meer zichtbaar vanwege een ongunstige lichtbrekingsindex. Vandaar minder geschikt voor onderlijnen, waardoor veel vissers een onderlijn of voorslag in nylon/fluorocarbon gebruiken

– Dyneema is enorm knoopgevoelig : het is zo dun en glad dat knopen vaak doorslippen.

Toen de gebruikers van dyneema ( ook zeilers, bergbeklimmers, vliegeraars …) destijds met dit laatste probleem geconfronteerd werden, sloegen zij duchtig aan het experimenteren. Meestal trachtte men dan een gekende nylon-knoop te ‘verbeteren’ onder het motto : hoe meer hoe beter. Bij een uni-knoop werden dan 20 slagen gelegd in plaats van de normale vijf of zes. De lijn werd dubbel of tweedubbel genomen voor ze geknoopt werd of  bij knopen van het palomar-type extra doorgehaald. Men legde  anti-slip knoopjes bovenop de knoop enz.

Het resultaat van deze nog steeds populaire oplossingen ? Slechts zeer uitzonderlijk wordt een klassieke nylon-knoop zo echt verbeterd. Akkoord, de knoop slipt niet meer maar het verlies in trekkracht op de knoop blijft zeer groot. Het is duidelijk dat dit materiaal een compleet nieuwe categorie van knopen en verbindingen vereist, en we zien de laatste jaren inderdaad echte  dyneema-knopen opduiken. Deze zijn soms ontwikkeld door de fabrikanten zelf , vaak ook door creatieve vissers.  Ondertussen hadden de fabrikanten reeds een soort van oplossing bedacht. De logica ervan gaat als volgt : « Op een spoel dyneema waarop vermeld staat 20 pond trekkracht leggen we een lijn die zeker 40 pond houdt. Zo heeft de visser een lijn die op de knopen wellicht toch nog een 20 pond trekt en voelt hij zich niet bekocht met de aanschaf van zijn peperdure super-lijn ». Tja, vanuit marketing-oogpunt gezien helemaal niet dom, maar toch blijft het gevoel dat de geweldige dyneemalijn op deze manier niet ten volle benut wordt.

SPORT FISHING MAGAZINE DROPT EEN BOM

In 2006 publiceert dit Amerikaanse maandblad  een  artikel dat inslaat als een bom. De auteur test een ganse reeks knopen met spectra en stelt vast dat zowat alle klassieke knopen ondermaats presteren.  En eerder onverwacht duikt plots een oude bekende op die wel goede resultaten geeft : de Bimini twist. Deze Bimini kan rechtstreeks aan een wartel of haak geknoopt worden, maar wordt traditioneel bij Big Game vissen gebruikt om een zeer  lange dubbele lijn (lus) in nylon of dacron te leggen. Deze lus wordt dan met een Offshore Knot (Cat’s Paw) aan de wartel bevestigd. Op de einde van de dril komt deze dubbele lijn op de reel te zitten, wat extra zekerheid biedt tegen lijnbreuk. Het is een knoop voor speciale omstandigheden en de meeste vissers gebruiken deze verbinding nooit.

Uit de SFM test komt deze Bimini Twist naar voren als de beste manier om een lus in Spectra te leggen. En met een sterke lus kan je verder zowat alle mogelijke verbindingen maken. We kunnen bijvoorbeeld de Bimini lus aan een nylon voorslag knopen met een Albright of Bristol. En met een Cat’s Paw of een Uni knoop kan de Bimini lus ook prima aan een wartel geknoopt worden.

Als klap op de vuurpijl ontdekt de schrijver dat de Bimini, die normaal met zeer veel slagen gelegd wordt (vaak 30 of meer), nog beter presteert met 20 slagen. Het beste resultaat behaalt hij zelfs met slechts 12 slagen.

In Amerika beginnen sportvissers massaal Bimini’s te knopen met de voorgeschreven 12 slagen. Maar dan volgt de ontnuchtering: veel vissers melden dat hun Bimini doorslipt en compleet faalt. Later werd duidelijk dat dit probleem gelinkt is aan de manier waarop de Bimini wordt gelegd.(zie verder)

Bij Sport Fishing Magazine heeft men de smaak te pakken, en het tijdschrift zal in de volgende jaren een aantal “knot-challenges” organiseren. Deelnemers krijgen lijn toegestuurd,  binden hun favoriete knoop die dan door SFM  met grote nauwkeurigheid wordt getest.  In deze challenges zien we duidelijk de evoluties van de voorbije jaren. Zo  blijft men  experimenteren met klassieke knopen, maar er  duiken ook compleet nieuwe knopen op. Sommige daarvan blijken echte toppers, zoals de FG en PR bobbin voorslag-knopen. Maar welke knoop blijkt steeds opnieuw de sterkste te zijn? Juist: de Bimini.

Een Bimini binden: “Let’s twist again!”

Een Bimini leggen.

De algemene bindwijze is steeds dezelfde: de lijn wordt in een lus gelegd, en terwijl we met de ene hand de twee einden vasthouden, draaien we met de andere hand in de lus een aantal slagen. Deze slagen moeten het uitzicht hebben van een “haywire twist” (denk aan de twist van prikkeldraad). Over het aantal slagen bestaat discussie, maar de meeste experts stellen dat voor het gladde en dunne Spectra best veel slagen gelegd worden. Dan wordt het losse eind in de richting van de lus terug over de haywire twist gewikkeld. Eenmaal de wikkeling de Y van de lus bereikt heeft, wordt verankerd met overhandse knopen over de benen van de lus. De Bimini kan op twee manieren gelegd worden: statisch of dynamisch.

Methode 1: Statisch

We maken een lus met haywire twist. De lus wordt over een vast object gelegd (plank, voet…), kwestie van beide handen vrij te hebben voor het vervolg.(1) Dan wordt het losse eind in de andere richting gewikkeld, over de slagen terug dus.(2) Als we aan de Y van de lus komen, wordt de Bimini “verankerd”, typisch met een overhandse knoop op één of beide benen van de lus (3), vaak gevolgd door een “bindknoop” (4):een overhandse knoop 5 keer doorgehaald over beide benen.

Methode 2: Dynamisch

Nadat we de lus met haywire twist hebben gemaakt, gaan we de haywire twist “bijeen persen”. Er zijn verschillende manieren bedacht om dit te doen (bijvoorbeeld: plaats beide benen in lus, dijen uit elkaar duwen om druk op de Y van de lus te zetten.) Voor het terug wikkelen over de twist gebruiken we de spanning die we zo hebben opgebouwd. We laten het losse eind over de twist teruglopen, gaat quasi automatisch. Terwijl de wikkeling gelegd wordt verliezen we slagen in de twist (uiteindelijk meestal de helft). Afwerken doen we ook hier met overhandse knopen en/of bindknoop. Op Youtube vind je tal van tutorials.

Tekening uit Sport Fishing Magazine

Beste systeem?

Elke manier heeft voor- en nadelen:

De statische methode

  • is zeer traag
  • je hebt een “vast punt” (losse plank, deurkruk…) nodig en nogal wat ruimte.
  • maar: de twist wordt niet samengeperst, en we verliezen geen slagen in de twist.

De dynamische methode

  • is zeer snel (voor een Bimini althans)
  • kan je maken terwijl je recht staat, op krukje zit…
  • maar: de twist wordt samengeperst, en je verliest ongeveer de helft van de slagen.

Met hulpmiddel?

Omdat de Bimini toch wel een knoop is die oefening én handigheid vraagt, en zeker aan boord niet snel te leggen is, hebben tal van uitvinders gezocht naar de ultieme Bimini -knoop-machine. Zoals blijkt uit de patent-archieven zijn de meeste overdreven complex en compleet onhandig. Maar soms komen we iets interessant tegen. Het plastic- doosje- aan -een -wartel (verkocht als Hook-Eze Knot Tying Tool) is best handig om tamelijk snel een “dynamische” Bimini te leggen. (Zie You Tube) Maar de ultieme Bimini Tyer vond ik heel toevallig op Ebay.fr bij een Franse big game visser. Het ding heet de Ryder Bimini Twister en bestaat uit de Bimini Twister (een soort draai-machine), aangevuld met een hulpframe voor het binden van een Cat’s Paw in de Bimini lus. Het is de Cadillac van de Bimini machines, zoveel is duidelijk. Is hij ook praktisch? Hij werkt prima als je thuis op je gemak Bimini’s wil leggen, maar aan boord op volle zee toch minder evident. De Ryder werd in 1989 gepatenteerd, maar ik heb de indruk dat de productie bijzonder beperkt bleef. Ik heb weet van drie exemplaren: de mijne en twee in de USA. That’s all! Ga je dus niet snel tegenkomen, maar wel een conversation piece par excellence voor in je mancave.

De Ryder Bimini Twister
Exact zoals op het patent

Bimini mysterie 1: Oorsprong?

De oorsprong van de Bimini blijft een mysterie. Bimini, een eilandje in de Bahama’s, werd in de jaren 30 onder impuls van o.a. Ernest Hemingway een hotspot voor Big Game vissen. Er werd volop geëxperimenteerd met materialen en technieken, en het is best mogelijk dat de Bimini door een plaatselijke schipper werd ontdekt. Zo wordt de legendarische schipper Tommy Gifford als mogelijke uitvinder genoemd. In de literatuur wordt de Bimini pas begin jaren 50 voor het eerst vermeld. E. Burns noemt hem de “100 percent loop knot” (15 slagen, 1 overhandse knoop). T. Mc Nally gebruikt een andere naam: “The Japanese Fisherman’s Knot” (5 slagen, 2 overhandse knopen) Het is natuurlijk zo dat reeds voor WO2 de Japanse longliners wereldwijd actief waren, en het is niet denkbeeldig dat een big game visser de twist bij de Japanners leerde kennen.

Hemingway en zonen op Bimini

Bimini mysterie 2: De 12 slagen polemiek

In het eerste SFM artikel stelt de schrijver vast dat in het gebruikte materiaal ( 20 pond Fireline en 50 pond Power Pro) veel slagen eerder contraproductief zijn. Hij test met 60, 40 en 20 slagen, en het beste resultaat kwam met 20 slagen. Om in deze logica te blijven, doet hij het nog eens over met slechts 12 slagen, en deze Bimini blijkt nog sterker. Veel vissers hebben dat voorbeeld gevolgd, maar meestal met slecht resultaat: hun Bimini gaat slippen en presteert ondermaats. Daardoor ontstond de overtuiging dat de SFM test op één of andere manier niet deugde. Ook op Wikipedia is dat de conclusie: de resultaten van de SFM test kunnen onmogelijk juist zijn. En toch… Als je de Bimini correct verankert (met een overhandse knoop op elk been van de Y) dan slipt deze niet. Of de treksterkte ook goed zit met weinig slagen? Dat zal blijken in deel 2 als we de Bimini echt gaan testen.

Wordt vervolgd.