
MITCHELL 498
1969: wat een wonderjaar…
De Nasa lanceert Apollo 11 voor de eerste maanwandeling. Eddy Merckx lanceert in zijn eerste Tour de France een verschroeiende aanval op de Tourmalet en rijdt in een solovlucht van 140 km de concurrentie compleet naar huis .En last but not least: Mitchell lanceert de 498 PUM.
Geschiedenis.
Met de uitvinding van de werpmolen en de nylon lijn beleeft de hengelsport na WO2 een ware revolutie ,en spinning wordt over heel de wereld razend populair. Vreemd genoeg zijn de Amerikanen opvallend traag om werpmolens te maken. De Europese fabrikanten zien een uitgelezen kans om de enorme Amerikaanse markt in te palmen, en merken als Luxor, Ru en Alcedo worden al snel een begrip bij de Amerikaanse sportvissers.
Het Franse bedrijf Carpano et Pons van de gebroeders Pons (fabrikant van horloges en precisie-instrumenten) maakte reeds voor WO2 in onderaanneming ‘CAP’ molens en besluit eind jaren 40 te starten met een eigen merk. Voor de nieuwe merknaam heeft de familie Pons een goed idee: ter nagedachtenis aan hun zopas overleden broer Michel Pons (en met het oog op de Amerikaanse markt) wordt diens naam veramerikaniseerd tot “Mitchell” . De grote start vindt plaats in 1948/1949 met de lancering van de legendarische Mitchell 300. Aanvankelijk produceerde Mitchell vooral zoetwatermolens. Er was wel de grote 302, maar deze was bij de zeevissers beduidend minder populair dan de zoutwater- molens van de concurrenten Luxor, Crack en Ru. Eind jaren 60 besluit Mitchell dan een topkwaliteit zeemolen op de markt te brengen, een nieuw ontwerp van Maurice Jaquemin. De 498 wordt een onmiddellijk succes en blijft 20 jaar lang dé zeemolen ‘par excellence’.
De zaken gaan prima, en er worden enorme aantallen molens geproduceerd.. In het jaar 1970 bijvoorbeeld maakt de fabriek in Cluze gemiddeld 12.000 molens per dag! Ongeveer de helft van de productie was bestemd voor de Amerikaanse markt.
Het succes van Mitchell was geen toeval. Men maakte een zeer goed product aan een betaalbare prijs en er werd intens samengewerkt met grote distributeurs zoals Arca (België), Albatros (Nederland), Balzer (Duitsland), Milbro (GB) en Garcia (USA).
Maar met de oliecrisis van 1974 stijgen de productiekosten exponentieel en komen de Westerse fabrikanten plots onder zware druk te staan. Eind jaren 70 gaat het zeer snel bergaf. Mitchell wordt meegesleurd in het faillissement van Garcia (1979), gaat zelf overkop in 1982 en raakt daarna nooit meer uit de problemen. Na een ganse reeks faillissementen en overnames is Mitchell nu eigendom van het concern Pure Fishing, dat ook andere merken als Penn, Fenwick,Stren,Berkley,Abu,en Shakespaere in haar portefeuille heeft.
Review
De 498 werd doorheen de jaren in verschillende versies gemaakt tot Mitchell in het jaar 2001 besliste het model definitief uit productie te nemen.
Dit exemplaar is van de lichting 1979-1980, herkenbaar aan de blauwe body, witte spoel en opliggende letters Garcia Mitchell.


Demontage en beoordeling
We schroeven de slipdop los.
De slipdop is afgeveerd, heeft onderaan een kleine schijf remmateriaal, en drukt de spoel tegen een ferodo remschijf die op de spoellager ligt. Voor die tijd een degelijke en betrouwbare slip, en de 498 is overal ter wereld met succes gebruikt voor surfcasting op zware vissen.

ferodo remschijf
De spoel is uit metaal en zwaar uitgevoerd.

Terwijl we de rotor goed vasthouden draaien we de slinger los. (met klok mee) De slinger kan omgeklapt worden tijdens het transport. Op de slingervijs bevindt zich een plastic moer die bedoeld is om de slinger tijdens de worp vast te zetten, zodat de rotor niet ronddraait en de draad niet achter de pick-up slaat.

Nu kunnen we het deksel van het molenhuis losschroeven (4 schroeven). Onder het deksel zit een pakking.

Nu hebben we toegang tot het molencarter. We zien het grote kroontandwiel en het kleine tandwiel (pignon), beide in gesmeed brons uitgevoerd. Op de centrale as zit de glijder van het op-en-neer mechanisme.

We nemen het rode latje uit waarop twee pennetjes zitten die de glijder op de as vastzetten.

Nu kunnen we de spoelas uit het molenhuis trekken terwijl we de glijder vasthouden. We verwijderen de glijder. Dan gaan we de rotor demonteren.

We draaien de moer los (los= tegen klok in) en verwijderen de ovalen rondel die de rotor op de pignon-as verankert. We nemen de rotor weg. Nu zien we op de kop een afdekplaatje met drie vijzen.
We draaien de schroeven los, nemen het plaatje weg, en zien de kogellager met de pignonas.
Als we aan de pignonas naar boven trekken, komt de kogellager en pignon uit.

Nu kunnen we het kroontandwiel uit het molenhuis trekken. Op de slingeras zit een soort rollager: metalen rolletjes in een plastic behuizing uit twee delen. De rollager zit met een C-clip vast op de as en onder de rollager zit nog een messing rondel.

Tenzij echt nodig zou ik deze lager niet uiteenhalen, want opnieuw in elkaar steken is een prutswerk. (ook oppassen voor het “penn dogspring syndroom”!)

Aan de achterkant van het tandwiel zien we het tandrad van de anti-retour , en op de bodem van het molenhuis de anti-retour pal met bladveertje. Verder demonteren is niet nodig.


BEOORDELING
De 498 is zeer “old school”. De ontwerpers streefden naar eenvoud en degelijkheid. Als je het schema bekijkt zie je dat meteen: zeer weinig componenten, maar allemaal zwaar uitgevoerd in sterke en slijtvaste materialen. Moderne super-spinners daarentegen zitten meestal tjokvol met tientallen kleine onderdelen. Daarmee wil ik niet zeggen dat ze het vroeger beter deden, maar een moderne molen is duidelijk niet meer bedoeld om 30 jaar mee te gaan.
Laten we even de positieve en negatieve eigenschappen van de 498 oplijsten:
POSITIEF:
- De brede en diepe overkappende spoel heeft een zeer grote lijncapaciteit, wat bij surfcasten erg belangrijk kan zijn.
- De conische tandwielen met schuine vertanding (vinden we nu terug op de Van Staal molens) zijn zeer degelijk uitgevoerd in brons. Conische tandwielen zijn de meest efficiënte en geven de beste krachtoverbrenging, maar lopen niet zo zacht en geluidloos als de moderne hypoïde tandwielen.
- De spoelas is in dik inox-staal (6,5 mm) en is prima geleid door de pignonas en door het molenhuis onderaan.
- De drag/slip werkt progressief en krachtig, en is voor normaal gebruik ruim voldoende .
- Het lijnrolletje is groot en prima gelagerd. Ook zonder speciaal onderhoud blijft het goed draaien.
- De zware pick-up in inox is zeer sterk, maar is niet wegklapbaar.
NEGATIEF:
- De 498 is een grote molen met een zeer grote spoel. Geen probleem bij het kantvissen, maar op de boot kan hij wat in de weg gaan zitten. Vandaar dat we vroeger weinig bootvissers met een 498 zagen. Niet enkel om die reden echter.
- Voor het werpen moet de pick-up in de laagste positie gedraaid worden, anders bestaat het risico dat tijdens de worp de lijn achter de lijnrol slaat, mogelijk met lijnbreuk als gevolg.
- Het probleem is dat bij de 498 de rotor/slinger tijdens de worp neiging heeft om door te draaien, met kans op kapotgesmeten lijnen. Gelukkig helemaal niet dikwijls, maar als het gebeurt is het bijzonder vervelend. Ik ken verschillende vismaten die destijds om deze reden overschakelden naar de Daiwa GS met wegklapbare beugel.
- In 1979 (het jaar van mijn exemplaar) werd een klemring op de slingeras toegevoegd, waarmee je de slinger tijdens de worp in de gewenste positie kan blokkeren. Werkt goed, maar vergt wat oefening en het blijft een stuk trager en lastiger dan een wegklapbaar model. Pas in 1992 krijgt de 498 eindelijk een wegklappende lijnrol.

Pick up in laagste stand
CONCLUSIE
De Mitchell 498 is een absolute klassieker. Er zijn enkele mindere kantjes aan, maar ze zijn niet talrijk en uiteindelijk heeft men bij Mitchell de nodige aanpassingen gemaakt. Bij de latere 498-versies (pro/tournament/sportsx) uit de jaren 80 en 90 zijn alle schoonheidsfoutjes weggewerkt en tal van verfijningen aangebracht. Zij waren een ultieme poging van Mitchell om het tij te doen keren, en behoren tot de allerbeste zeemolens uit de hengelsportgeschiedenis.





