De RU Recordette


De tijd van toen, herinneringen! In mijn jeugd trokken in het weekend heelder volksstammen naar de Belgische en Nederlandse kusten. Gekleed in gele regenpakken, sleurend met lange strandhengels en grote zeemolens. De molens waren meestal van Franse makelij: Luxor, Crack,Mitchell, Bretton, Bam en Ru verdeelden de markt. Hier en daar zag je een Daiwa, maar de meesten stonden toen nog wat wantrouwig tegenover dat Japanse spul.
De RU was altijd een beetje het lelijke eendje. Waar Pezon, Crack en Mitchell in de Eredivisie speelden, vond je de RU in de provinciale competitie. Wat simpelder, wat goedkoper en zonder franjes. En dat maakt nu net de charme uit van deze molens, een beetje zoals je eerste Volkswagentje waar je met nostalgie aan terugdenkt.
De ontwerpers bij RU wisten perfect wat ze deden. Er werd wat bespaard, maar nooit ten koste van de kwaliteit. Op de meeste modellen geen kogellagers bijvoorbeeld maar glijlagers; geen brons maar aluminium voor het hoofdtandwiel…Het resultaat was een zelfs voor die tijd wat ouderwets aandoende maar oerdegelijke molen, die met een minimum aan zorg jaren lang trouw dienst deed. De RU-fabriek produceerde in de loop der jaren talrijke modellen in tientallen variaties. Maar je herkent ze meteen aan hun typische ‘RU-look’. De RU-gebruikers kon je ook dadelijk spotten door het typische ‘koffiemolengeluid’ van hun molen.

De typische 'Ru look'

Vandaag zie je geen Ru’s meer aan onze stranden en dijken; maar zowat elke visser heeft er nog wel ergens eentje liggen, geërfd van vader of oom.
Meestal zal het een RU-Recordette zijn, met stip het meest verkochte model. Maar ook de RU-Mer of de ietwat fancy RU-Pacific en Atlantic kom je wel vaker tegen op zolders en rommelmarkten.
De verzamelwaarde is in tegenstelling met de nostalgische waarde eerder laag. Zelf heb ik nooit meer dan 10 EURO betaald voor een RU. Wat doe je nu met zo’n RU? Ben je verzamelaar, dan geef je de molen een goede poets- en onderhoudsbeurt. Daarna gaat hij de vitrine in, waar hij in alle eenvoud kan pronken naast zijn collega’s. Ben je ook visser, neem hem dan nog eens een keertje mee naar strand of dijk. Want daar is hij uiteindelijk voor gemaakt.
Laten we even een Recordette demonteren en beoordelen.

Demontage


We draaien de slipdop los. Deze is uit licht metaal en bevat een veer om de slip progressief te laten werken. Vrij vooruitstrevend, want zelfs vandaag zijn er nog veel molens zonder afgeveerde slipdop. De rest van de slip is echter zeer rudimentair: een fiberschijf onderaan de spoel en bovenaan een metalen schijfje gekoppeld aan de spoelas. Heb zelf een leder remschijfje toegevoegd maar dan nog is de slip naar huidige normen ondermaats.

Voor de vorige generaties zeevissers was dit niet echt een probleem: de slip werd typisch compleet dicht gedraaid (geeft dan ± 6 kg drag) en men rekende op de dikke nylon-lijn en de veerkracht van de lange glasvezel-hengel om de vis te drillen.
We nemen de spoel uit. Deze werd bij Ru typisch uit twee delen gemaakt: 2 schelpen uit aluminium die met een moer zijn vastgezet. Deze spoel is niet geweldig . De spoel draagt maar 3 cm op zijn as en is niet echt stabiel gelagerd. Ook is het materiaal vrij dun, en we komen wel vaker geblutste exemplaren tegen. Wel knap is het overkappende ontwerp, en hier was Ru zijn tijd vooruit. Voor een zeemolen biedt een overkappende spoel natuurlijk een grotere bescherming tegen zout en zand vergeleken met een ingaande spoel.

Dan draaien we de slinger los (met de klok mee) terwijl we de rotor stevig vasthouden. De slinger is van alu en de plastic handgreep (met messing busje) draait op een gladde verchroomde messing schroef. Om de slingeras te beschermen tegen indringend water is een krimpkous voorzien. Zeer simpel maar doeltreffend.


We verwijderen de zijplaat van het molenhuis (3 schroeven).


Om de grote as los te maken draaien we de twee puntschroefjes los die de glijder van het op/neer systeem met de as verbinden. Opgelet: lukt enkel met een zeer dunne en smalle schroevendraaier!


We trekken de inox spoelas uit het molenhuis.


Nu draaien we de grote moer los die de rotor op de pignon (kleine tandwiel) vastzet.Opgelet: is met contra-draad (los=met klok mee)!

Dit systeem heeft het voordeel dat eventuele speling op de rotor automatisch verdwijnt als we de schroef vastzetten. Een leuk detail is het plastic rondelletje in de moer die zout en zand uit het mechanisme houdt.


We demonteren de rotor die uit 3 elementen bestaat:de grote rotorcup , de alu arm van de pick-up, en een klein cupje onderaan. De pickup dient ook voor het vastzetten van de rotor op de pignon-as. Bij de montage opletten dat het contra-gewicht in de rotor tegenover de pick-up komt te zitten.
De pick-up heeft een vaste, niet draaiende lijnrol van hardverchroomd messing.

Deze kan een kwartslag gedraaid worden als de lijnrol ingesleten raakt. Een vaste lijnrol is natuurlijk minder goed dan een draaiend lijnrolletje, want geeft meer weerstand en hogere slijtage van de lijn. Echter, de lijnrolletjes van de oude-generatie-molens draaien maar echt indien ze zeer goed onderhouden worden, en op de meeste exemplaren die ik tegenkom zit het rolletje vastgekoekt op zijn as.

De conische tandwielen. Op het pennetje dat in de glijder past zit een inox busje dat als lager dient.
De pignon draait op een witmetalen glijlager.

Onder de rotor zit een vilten pakking. We zien hier ook de vijs van het olie-potje van de koplager. Aan de andere kant zit de borgschroef van de lager. Ook op de slingeras is een dergelijke smeersysteem voorzien.

De glijlager zit in de kop verankerd met een borgschroef.

Nadat we de borgschroef hebben losgemaakt en aan de andere zijde de vijs van het oliepotje,kunnen we de pignon uitnemen. De pignon is uit messing en zeer robuust .

Aan beide zijden van de lager zit een dun rondelletje.


Nu kunnen we het kroontandwiel uitnemen. Deze is uit aluminium met zwaar uitgevoerde rechte vertanding. Ik heb verschillende exemplaren liggen die door hun voormalige eigenaar jarenlang intensief gebruikt werden met minimaal onderhoud en de tandwielen vertonen geen zichtbare slijtage.

 

Het kroontandwiel in aluminium.

De slingeras is niet echt roestvrij, en vaak zien we hier wat corrosie.

 
Aan de achterkant zit het tandrad van de anti-retour. De anti-retour zelf is hier uit plastic, maar er zijn ook versies met een metalen anti-retour.

Beoordeling

De Recordette is de 2 pk van de werpmolens: simpel, rustiek, onderhoudsvriendelijk en altijd paraat. Hij is vrij licht voor een zeemolen (510 gram), maar toch met een spoelcapaciteit van 210 meter 50/100 en een  zeer behoorlijke inhaalsnelheid van 80cm/slingerslag.  Het feit dat er geen kogellagers gebruikt zijn is niet echt een minpunt, wel integendeel. Kogellagers zijn in theorie beter dan glijlagers, maar werpmolens van die generatie waren niet echt waterdicht, en een kogellager die zout pakt gaat al snel om zeep. Ook vandaag blijft dit een issue. Moderne molens zitten vol kogellagers, maar zijn  lang niet altijd zo waterdicht zijn als de fabrikant beweert, en dat veroorzaakt toch wel vaker problemen. Ik ben zelf een old-timer die graag vist met vintage materiaal, maar moet toegeven dat de Recordette toch wel te verouderd is om nog echt courant te gebruiken. Zeker  twee generaties zeevissers hebben er met plezier mee gevist, maar als ik mag kiezen tussen een 2 pk (Ru)  en een Citroën DS (Luxor) dan neem ik toch eerder de Déesse!