OVER HAKEN deel 1

Inleiding

Van al het hengelmateriaal dat we gebruiken is de haak mogelijk de belangrijkste component. Uiteindelijk is het de haak die de vis moet vastgrijpen én vasthouden tot die geland wordt. De keuze van een haak wordt bepaald door het aas dat gebruikt wordt, de soort en grootte van de vis, of we op korte of lange afstand vissen enzovoort enzovoort. Kortom, de ideale all-round haak bestaat niet. Maar als we weten hoe een haak werkt en welke design-elementen invloed hebben op deze werking, dan wordt het makkelijker  de juiste haak te kiezen.

 

1 Hoe werkt een haak?

De werking van een haak verloopt in 4 fasen: Voor de aanbeet, het prikmoment, de penetratie en uiteindelijk het vasthouden van de vis.

Tijdens het vissen hangt de haak recht aan de vislijn, en het is met de vislijn dat we kracht zetten op de haak. De treklijn (richting waarin de vislijn kracht zet op de haak) ligt dan in het verlengde van de haaksteel.

 

Het prikmoment.

 

De vis neemt het aas. Door de aanslag of door het wegzwemmen van de vis verschuift de haak. Hierdoor “prikt” de haakpunt in het weefsel, kantelt de haak enigszins en start de penetratie van de haakpunt in het weefsel.

 

De penetratie

 

De haak is gekanteld t.o.v. de treklijn en de haakpunt dringt door in het weefsel (slokdarm, keel, lip…) van de vis onder een bepaalde hoek t.o.v. de treklijn. Dit is de penetratiehoek.

Deze hoek bepaalt of een haak zich al dan niet vlot “zet”. Een kleine hoek geeft goede penetratie, een grote hoek slechte. Een belangrijke factor in dit verband is bijvoorbeeld de lengte van de haaksteel. Bij een lange steel is  de hoek t.o.v. de treklijn eerder klein is, en  zal de haak makkelijk penetreren. Bij een kortere steel wordt de hoek groter en  is er veel meer kracht nodig om de haak te zetten. Bij een  extreem korte steel   zal de haak eerder krassen zonder te  penetreren.

Dezelfde haken maar met verschillende steellengten. Naarmate de steel korter wordt, wordt de penetratiehoek ongunstiger.

 

Het vasthouden

 

De haak penetreert idealiter zo diep mogelijk. Naarmate de haak penetreert verandert de stand van de haak t.o.v. de treklijn opnieuw om uiteindelijk een eindpositie in te nemen. Als we nu een lijn trekken in het verlengde van de haakpunt krijgen we de “houvast-lijn”. Ook hier: een kleine hoek t.o.v. de treklijn geeft een goede houvast, een grote hoek geeft een haak die de vis minder goed vasthoudt en dus makkelijker loskomt tijdens de dril.

 

 

 

Zelf even testen:

Neem een kartonnen doosje of leg een stuk karton op een vlakke ondergrond. Zet de haak vertikaal op het karton met de punt naar beneden (je kan hem eventueel licht inprikken)  en bekijk van opzij. Het karton is de treklijn, en je ziet aan de stand van de haakpunt meteen hoe groot de hoek is tussen de penetratielijn en de treklijn. Of leg een latje op een stuk papier en leg de haak ertegen. Je ziet dan meteen de penetratiehoek.

Maak eventueel een virtueel beeld van de rechthoek gevormd door de haakpunt en de weerhaak. Een lange horizontale rechthoek betekent een kleine en dus gunstige hoek. Bij een grotere, ongunstige hoek neigt de rechthoek eerder naar een vierkant of zelfs naar een verticale rechthoek.

Of doe zoals op de foto’s in dit artikel: een houten plankje, een gaatje boren en daarin een houten saté-stokje. Knoop de haak  aan een stuk nylon en prik de haakpunt in het stokje. Als je de nylon aantrekt heb je de treklijn, en de penetratielijn loopt langs de haakpunt.

Als we nu de haakbocht over het stokje leggen en de nylon strekken hebben we meteen de houvast-positie van de haak en de houvast-lijn die langs de haakpunt loopt.

 

 

2. De onderdelen van een haak

De haakpunt

De taak van de haakpunt is duidelijk: hij moet de vis aanprikken en vervolgens zo vlot mogelijk in het weefsel penetreren. Ook hier zien we dat het ideaal niet bestaat: elk voordeel heb zijn nadeel, weet u wel.

Hoe goed een haakpunt aanprikt is o.a. afhankelijk van de stand van de punt.

Punt van opzij bekeken: naar buiten, recht, naar binnen

Een punt die naar buiten uitstaat prikt heel snel, maar door de ongunstige penetratiehoek zal de haak na het aanprikken moeilijker penetreren.

Idem bij een punt die zijdelings uitstaat (kirbed of reversed): sneller aanprikken, maar moeizamer penetreren.

Het omgekeerde zien we bij een punt die naar binnen draait (de holle naar binnengedraaide beak-point bijvoorbeeld): slecht aanprikken, maar àls hij prikt volgt een snelle en vlotte prenetratie.

Kirbed, recht en reversed

Er zijn talloze typen van haakpunten op de markt: de naaldpunt, de speerpunt, de mespunt enz. Bij gelijke kwaliteit is er niet veel verschil tussen deze typen als het op penetreren aankomt. Hoe vlot een punt indringt wordt wel serieus beïnvloed door de lengte en dikte van de punt; en door de grootte en stand van de weerhaak.

Een lange, smalle punt dringt veel makkelijker in dan een korte stompe punt. We kennen dat allemaal: een lievelingshaak wordt steeds opnieuw aangescherpt waardoor de punt alsmaar korter wordt. Op een gegeven moment stellen we vast  dat de punt zo kort is geworden dat de haak niet meer indringt en goed is voor de vuilbak. Op alle haken dus extra lange punten? Toch niet, want een te lange punt heeft ook nadelen. Bij sommige visserijen bijvoorbeeld wordt de vis met een korte snelle tik aangeslagen en een lange punt penetreert dan mogelijk niet tot voorbij de weerhaak. Tevens kan een te lange punt buigen of breken bij de aanslag of tijdens de dril. Ook hier moet de fabrikant zoeken naar het beste compromis.

De belangrijkste factor met betrekking tot de punt is echter de dikte van de steel, nl de dikte van de staaldraad gebruikt voor die haak. Neem twee O’Shaughnessy zeehaken maat 6/0. De ene is de normale dikte, de andere is extra-strong met een staaldraad dubbel zo dik. Het is bewezen dat je dan voor een volledige penetratie van  de extra-strong haak vier keer de kracht moet gebruiken als bij de normale haak. Dunne haken hebben dus een veel beter inhakingsvermogen, maar zijn natuurlijk ook een stuk zwakker. Compromissen alom…

De weerhaak is een noodzakelijk kwaad. Bij sommige visserijen kan je probleemloos zonder weerhaak vissen, maar dit is toch eerder de uitzondering. Voor de penetratie-kwaliteit van de haak is het belangrijk dat de weerhaak niet te groot is en niet te steil uitsteekt. Heb je het gevoel dat de weerhaak op een bepaalde haak wat te prominent aanwezig is, dan kan je deze met een vijltje wat aftoppen.

 

 

De puntsteel

 Dit is de korte steel  tussen weerhaak en de bocht van de haak. De lengte van de puntsteel bepaalt mee de diepte van de “keel” en dus ook hoe diep een haak zich kan ingraven. Van opzij bekeken zijn er drie mogelijke standen voor de puntsteel: recht evenwijdig met de grote steel, enigszins naar buiten of enigszins naar binnen gericht.

Van voor bekeken ook drie: recht, reversed of kirbed. De voor- en nadelen hebben te maken met de hoek van de penetratie-lijn en de houvast-lijn  t.o.v. de tractielijn. (zie boven)

De bocht

Ook hier veel variaties, telkens met voor- en nadelen. Sommige haken hebben een ronde bocht (Round Bend, Aberdeen…), maar bij de meeste modellen zien we 1 of meerdere “knikken” in de bocht, meestal daar waar de bocht overgaat in de puntsteel.

 

De steel

Het grote belang van de steellengte en de steeldikte m.b.t. penetratievermogen werd reeds aangegeven. Elk haaktype heeft voor elke maat een standaard steellengte en steeldikte. Een variant met een langere of kortere steel dan de standaard wordt aangegeven met  “long” of“short” en een cijfer;  een dunnere of dikkere steel met “fine” of “strong” en een cijfer.  Een  Aberdeen haak 2X short maat 4  bijvoorbeeld  heeft dezelfde steellengte als een standaard Aberdeen maat 6.

Ook de dikte van de steel wordt op deze manier aangeduid. Een O’Shaughnessy 2Xstrong maat 4 heeft dezelfde steeldikte als een standaard O’Shaughnessy  maat 2.  En een haak 3x fine een steeldikte van drie maten kleiner.

De keuze tussen een langere of kortere haak is vaak afhankelijk van de de gebruikte aassoort.  Vissen we met wormen (zagers, zeepieren…) dan is een lange steel zeer handig bij het beazen van de haak en ook bij het onthaken van de vis. Vissen we met een stukje vis of met een levende aasvis dan is zo’n lange steel  veel te opvallend en kiezen we eerder  voor een kortere haak.

 

De opening

Dit is de afstand tussen de steel en de haakpunt. Ook hier is de keuze tussen een ‘brede’ en een ‘smalle’ haak afhankelijk van de aassoort, vismethode enz. Zo heeft een brede haak voldoende ruimte voor een volumineus aas zonder dat de haakpunt volledig bedekt wordt, maar penetreert moeilijker dan een smalle haak. Bij een smalle haak geldt het tegenovergestelde.

De keel

Dit geeft de ‘diepte’ van de haak aan. Een haak met een diepe keel pakt meer vlees dan een ondiepe haak en zal de vis beter vasthouden.

 

Het oog, bledje….

Aan het uiteinde van de steel bevindt zich het oog of iets in die stijl , bedoeld om de haak aan de vislijn te bevestigen. In de loop der jaren zijn er tal van varianten gemaakt met gladde, gekartelde, tapse, geknobbelde…. steeleinden, maar vandaag vinden we er hoofdzakelijk  nog drie: met oog, met naaldoog  of met bledje (paletje).

Naaldoog, oog en palet (bledje)

 

 

3. Enkele populaire haken

 

De Aberdeen

Kenmerken

Wordt door alle grote fabrikanten gemaakt. Dadelijk herkenbaar aan de lange, dunne steel en de brede, ronde bocht. De staaldraad is meestal niet gesmeed, maar er zijn er ook met gesmede bocht voor extra sterkte. Bestaat ook in extra-fine of extra-strong versies.

 

Beoordeling

De steel is lang en in dun materiaal. Dit geeft een  zeer goede penetratie. De haak pakt ook voldoende weefsel en wordt niet snel afgeworpen door de vis.

De lange steel en brede bocht maakt deze haak ideaal voor het vissen met wormen (zagers, leeglopers..) en messchelpen.

Maar voor het bootvissen op grote gul en dergelijke is de standaard versie mogelijk niet sterk genoeg. Kies dan een  strong  versie.

 

De Carlisle

Kenmerken

De Carlisle is het broertje van de Aberdeen, met ekele verschilpunten: de staaldraad is wat dikker en de opening smaller. De Dutch Carlisle is de overbekende ‘bothaak’. Meestal met een rechte punt, maar er zijn reversed en kirbed versies, en ook versies met een “beak-punt”.

 

Beoordeling

Ook deze is bij uitstek geschikt voor wormen, en met de smalle opening ideaal voor het vissen op platvis.

 

De O’Shaughnessy

Wereldwijd zeer populair, vooral bij de zeevissers.

Kenmerken

 

Op de standaard versie Mustad ref  zien we een recht oog, een  medium-lange steel, een ovale bocht die met een knik overgaat in de puntsteel en een speerpunt.

De staaldraad is op de steel en bocht platgesmeed voor extra sterkte.

De puntsteel staat recht. Mustad maakte destijds ook een kirbed versie, maar die ben ik nog nooit tegengekomen

Samengevat: het is een haak die goed prikt, penetreert en vasthoudt.

 

Beoordeling

Waarschijnlijk de meest universele haak ooit gemaakt, geschikt voor zeevissen van haai tot schar. En voor het vissen in zoet water telkens  we een sterke haak nodig hebben. (Mustad heeft  bijvoorbeeld prachtige karper-O’Shaunies  gemaakt)

Is in tientallen varianten gemaakt, door Mustad natuurlijk, maar ook de andere fabrikanten hebben  hem in hun gamma.  We vinden versies met paletje, naaldoog, speciale ogen of geknikte steel om op kunstaas te bevestigen, met  stelen  short of long , strong of fine  enz.

En dat alles in de maten 14/0 tot nr 16.

Geschikt voor  trolling, en ook voor het vissen met natuurlijk aas zoals wormen,inktvis, stukken vis of hele vissen . Tevens heel populair als haak voor verenpaternosters  en ander kunstaas. Voor kunstaas is de inox Mustad ref 34007 ideaal want compleet roestbestendig.

Mijn persoonlijke all-round favoriet!

 

 

 

De Seamaster

Kenmerken

Klassieke big-game haak van Mustad (ref.7699) en een toonbeeld van goed design. De haak is bedoeld  voor het vissen  met natuurlijk aas (vis, inktvis, levende aasvis…), en is al generaties lang wereldwijd dé  haak voor het vissen op conger, rog, haai enz…

De steel is eerder kort. Om penetratie en vasthouden te bevorderen staat de steelpunt opzij naar buiten gericht (kirbed) en wijst tegelijk naar binnen richting steel. De mespunt is lang en snijdt zich een weg naar binnen bij het penetreren.  De keel is diep en de haak pakt veel vlees. De houvast is dus prima, en een vis die goed gehaakt is heeft weinig kans om zich los te rukken.

Ondanks korte steel toch prima penetratie- en houvastlijnen.

De haak is gemaakt in dik staaldraad en  is platgesmeed. Het oog is tegen de steel vastgesoldeerd met hardsoldeer.

Oerdegelijk allemaal, en de Seamaster heeft dan ook de reputatie “fail-proof” te zijn: een haak die nooit faalt.

Beoordeling

De Seamaster werd vroeger gemaakt in de maten 20/0 tot nr.8. Dus niet enkel voor big game bedoeld, maar voor alle visserijen waarbij een onverwoestbare haak een must is.

Groepsfoto van een deel van de familie Seamaster; hier van 2/0 tot 14/0.

Buiten de prijs, die altijd vrij pittig was, heeft deze haak intrinsiek maar 1 nadeel:  zoals elke  kirbed of reversed  haak is de Seamaster niet geschikt voor trolling. De schuin uitstaande puntsteel zal het aas tijdens het trollen doen spinnen, wat nefast is. Voor trolling vind je bij Mustad andere modellen, zoals de Tuna.

De productie van de Seamaster is spijtig genoeg  sterk ingeperkt (tegenwoordig enkel nog 8/0 tot 13/0) én verhuisd naar China. (zoals alle Mustad haken trouwens…) De Chinese versie ziet er anders uit dan de Noorse en schippers berichten dat hij veel minder betrouwbaar is  dan de originele.  Niet twijfelen dus als je nog originele Seamasters   op de kop kunt tikken.

 

De Octopus

Kenmerken

Stan Wright en Drew Mc Gill starten eind jaren 20 een haakfabriekje In Colorado en ontwikkelen in het grootste geheim een revolutionaire haak: de Eagle Claw of Octopus haak. Het design is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en combineert  alle gewenste eigenschappen in 1 haak.

Hét kenmerk is de lange, naar binnengedraaide haakpunt (“beak” genaamd). Deze geeft theoretisch een optimale penetratie én houvast. Omdat bij een dergelijke punt  het risico bestaat dat de punt niet “prikt” (en zonder prikken geen penetratie) is de puntsteel op het originele ontwerp “kirbed” of “reversed”. De steel is vrij kort met een diepe keel en het oog meestal uitstaand. Op de foto zien we inderdaad de zeer gunstige penetratie -en  vasthoudhoek.

 Later zijn er tal van versies gemaakt , o.a. met langere steel, platgesmeed,  weerhaakjes op de steel (baitholder) enz. Maar wel altijd met de beak-punt.

 

 

Beoordeling

De meningen zijn altijd sterk verdeeld geweest. In England bijvoorbeeld kreeg hij al snel de reputatie van “bad hooker” en brak hij nooit echt door. Maar in Amerika is hij razend populair en ook in Europa werd hij een groot succes.  Zelf ben ik er nog niet uit. Ik gebruik de octopus (die met  weerhaakjes op de langere steel)  al  40 jaar met succes op geep.  Geep is wel een geval apart natuurlijk, met die gekke snavel. Heb  destijds ook  wat  geëxperimenteerd met het originele model op zeebaars en dat ging prima. Maar eigenlijk vis ik veel liever met een Aberdeen of een O’Shaughnessy, want ik heb het gevoel dat een “beak-punt” de haakkans vermindert. Als hij prikt zal hij goed penetreren én goed vastzitten, maar mij lijkt dat een beak minder snel  prikt dan een rechte punt.

 

De cirkel-haak

Geschiedenis

Zonder dat ze het beseften hadden Wright en Mc Gill met de Octopus reeds een aanzet gegeven richting cirkelhaak, en de Octopus is een tussenstap tussen de klassieke “J-haak “en de “C-haak”.

De cirkel-haak wordt  sinds mensenheugenis gebruikt door de eilandbewoners van de Stille Zuidzee, en het waren de Japanners die reeds voor WO2 het idee oppikten voor hun longlines. Toen de Amerikaanse sportvissers de Japanse longliners met hun C-haken bezig zagen waren ze bijzonder sceptisch: het kon gewoonweg niet dat je met een dergelijke haak vis kan vangen. Punt. En het feit dat de Japanse longliners elk jaar honderduizenden tonnen marlijn, zwaardvis en tonijn bovenhalen werd straal  genegeerd. Vandaar dat het zeer lang heeft geduurd voordat de C-haak bij sportvissers bekend werd.

Kenmerken

De pagina’s op het einde van dit artikel  komen uit het boek “ Words of the lagoon” van RE Johannes dat de vismethoden van de Micronesiërs behandelt. Deze mensen leven letterlijk van de zee, want op die atollen valt buiten enkele kokosnoten niet veel te rapen. Hun technieken zijn enorm gespecialiseerd: zij vissen op het juiste moment op de juiste vissoort met de  juiste technieken én de juiste haak. Zo ontstond een ganse verzameling haken, met verschillende modellen  speciaal bedoeld voor specifieke vissen en technieken.

Als ze op korte afstand vissen gebruiken ze J-haken. De lijn wordt in de hand gehouden en bij  de aanbeet wordt de vis aangeslagen en binnengehaald. In tegenstelling tot hun Westerse visbroeders echter  hebben zij reeds lang geleden begrepen dat aanslaan maar effectief werkt op korte afstand en met een gestrekte lijn. Ik moet bekennen dat ik het ook altijd doe: op het strand 100 meter ver werpen en bij elke aanbeet aanslaan. Terwijl ik eigenlijk weet dat aanslaan met een nylon–lijn op die afstand compleet zinloos is. Als die vis hangt is dat omdat hij zichzelf gehaakt heeft.

De eilanders hebben voor het vissen op grote afstand of diepte de cirkel-haak bedacht. Een haak waarmee de vis zichzelf haakt én niet meer loskomt. Typisch is dat de puntsteel en punt   sterk naar binnen buigen. Hoe dieper ze vissen (of hoe groter de bocht en speling in de lijn) hoe extremer de buiging van de C-haak  die ze gebruiken.   Voor grote diepte is dat de ‘Metch’ met een puntsteel die zeer diep naar binnen buigt.

 

Hoe werkt een C-haak?

Als de vis het aas neemt en wegzwemt verschuift de haak naar de bek van de vis. De haak roteert op de rand van de bek en die rand komt in de opening van de haak te zitten.  (vandaar ook de naam ‘roterende haak’) Dan volgt de penetratie waarbij de haak zich rond de bek draait en daar muurvast komt te zitten.  Je zou kunnen zeggen dat de haak als een  bijna gesloten ring in de bek zit.

Longlines worden overal ter wereld gebruikt in de beroepsvisserij, en het economisch en ecologisch belang is enorm. Tal van studies bevestigen het volgende: de vangstresultaten met C-haken zijn beduidend beter dan met  J-haken (in de orde van +30 à 50 procent!) én de vis is bijna altijd mooi rond de bek gehaakt, met mogelijkheid tot terugzetten.

 

Vissen met cirkel-haken

Als we een paar basisregels respecteren zijn circles zeker  bruikbaar in de sportvisserij. Circles zijn vooral interessant als we ver of diep vissen, of als er veel bocht en speling in de lijn zit.

BESLIST NIET AANSLAAN bij de aanbeet!!!  Deze reflex  zit er bij de meeste vissers zo diep ingebakken (ik spreek ook  voor mezelf) dat we bij gebruik van cirkels echt bij de pinken moeten blijven. Niet aanslaan dus, maar als je het gevoel hebt dat de vis goed hangt gewoon binnendraaien.

Een cirkel kan maar efficiënt werken als de opening tussen punt en steel goed vrij blijft én ruim genoeg is om rond de lip te draaien. Dus geen volumineus aas dat de opening afsluit en kies een haak groot genoeg voor de  vis die je kan verwachten.

Goede aassoorten zijn bijvoorbeeld wormen  en strips van vis of inktvis. Big game vissers die zeer groot aas gebruiken bevestigen de cirkel-haak meestal vrijstaand van het aas aan een koordje of elastiek.  Een beetje in de stijl van karpervissers die de boulies aan een hair-rig los van de haak monteren.

Voor ons Noordzeevissers heeft de cirkel wel een groot nadeel: het is bijzonder lastig om een pier of zager op zo’n haak te krijgen.

 

Wordt vervolgd

Typische haak-terminologie zoals gebruikt door Mustad

Pagina's uit "Words from the lagoon"