Daiwa GS9. Terug van nooit weggeweest.

 

 

‘Old soldiers never die’ zegt men, en dat geldt zeker voor deze krijger  uit het land der samourai..

In mijn jeugd werd  de Belgische markt van zeemolens  gedomineerd door Franse fabricanten: Crack/Luxor, Mitchell, Ru, Bretton en BAM waren veruit de meest verkochte merken. In Nederland waren ook de  Shakespaere en Duitse DAM populair. Eind jaren 60, begin jaren 70 werpen de Japanse fabrieken zich voluit in de concurrentiestrijd en volgen daarbij de typisch Japanse strategie in die periode. De meeste modellen zijn  van mindere kwaliteit (onzichtbaar met het blote oog)   maar zijn  goedkoper  dan de Europese én ze zien er vaak ‘moderner’ uit met metallic coating, allerlei opschriften enz. Dit flashy spul  verkoopt goed bij het grote publiek  en zo slaagt Daiwa er in zich op de Europese markt te vestigen. Naast deze goedkope modellen maakt Daiwa reeds van in het begin ook betere reeksen, maar deze worden vreemd genoeg enkel op de Japanse markt aangeboden.  Voor de echte visser  wordt  Daiwa pas interessant met de komst van de Silver en vooral de Gold.  De GS9 komt in 1977 op de Europese markt. Deze molens hadden belangrijke troeven: moderne look, makkelijk om te bouwen voor linkshandigen, wegklapbare lijnrol … Door het gebruik van meerdere kogellagers en hypoïde tandwielen draaiden ze ook een stuk soepeler en stiller dan de Franse modellen, en de  bouwkwaliteit was degelijk.

De Franse merken verdwijnen roemloos één na één  en uiteindelijk heeft Daiwa  met de GS9 en black broertje BG 9 een quasi monopoliepositie verworven die jaren zal duren. Dan verschijnt een nieuwe generatie ‘supermolens’ van Shimano, Penn, Van Staal en andere merken. Ook van Daiwa  zelf natuurlijk met o.a. het ‘Saltiga’-model . Deze nieuwe generatie is het gevolg van de dyneema/spectra-lijn. Plots wordt het mogelijk honderden meters oersterke lijn op een zeemolen te plaatsen en men begint al snel  ‘spinners’ te gebruiken voor het vissen op big game.

 De belangrijkste verschillen met de oude generatie zijn:

– Een drag (slip) die zeer zwaar ingesteld kan worden en toch soepel werkt. Hoeveel ‘pound drag’  een molen kan leveren is vandaag de dag  een essentieel  verkoopsargument geworden.

– Een anti-retour die niet de minste terugslag heeft. Vandaar dat het oude systeem met een klikkend tandrad plaats maakt voor een  éénrichting-rollager.

– Dyneema is zeer dun en dient secuur opgespoeld te worden, anders ligt de draad slecht op de spoel. Vandaar aangepaste op-en- neer-technieken.

– Op alle plaatsen waar wrijving optreedt zijn (kogel)lagers  geplaatst.

– De molens worden tot in het extreme waterdicht gemaakt met tal van pakkingen en sealing-systemen.

De dagen van de GS  leken geteld. Maar nu stellen we een vreemd fenomeen vast: nieuwe exemplaren worden nog steeds vlot verkocht en occasies doe het heel goed op de veilingsites. Nog sterker: veel vissers die een superspinner kopen schakelen na verloop van  tijd toch terug over op de oude vertrouwde GS/ BG. De Gold is nog lang niet dood, zoveel is duidelijk!

Hoe kunnen we dit verklaren?

– De dure state-of-the-art dragsystemen zijn aan de noordzeevisser niet echt besteed. Wij vissen niet op tonijn of amberjack met onze molens.

– Als je de hengel optuigt of als je de wartel tot tegen het topoog hebt gedraaid is het handig de anti-retour even uit te schakelen om wat lijn te geven. Op de meeste super-spinners kan dit niet.

– De nieuwe spinners zijn zeer complex geworden, met tientallen onderdelen. Snel even een molen opensmijten om wat bij te smeren, te kuisen of te herstellen is er niet meer bij. Zelfs professionals hebben schrik om bepaalde molens een onderhoudsbeurt te geven…

– Sommige fabrikanten gebruiken (opzettelijk mogen we aannemen) speciale sleutels en sealing-vloeistoffen die niet in de handel te vinden  zijn, en rekenen pittige prijzen aan voor een herstelling of onderhoudsbeurt. Bovenop de transportkosten naar een erkend atelier natuurlijk….

– Wil  je een echt goede, dan loopt de prijs al snel in de  honderden euros, en  voor de topmodellen betaal je  zelfs meer dan 1000 euro. Een nieuwe GS9 kost tegenwoordig minder dan 100 euro.

Laten we dan een GS demonteren en beoordelen. Ik heb zelf geen GS, maar mijn maat Jef leende me twee exemplaren. Deze zijn jaren intensief gebruikt en hebben veel meegemaakt. Je ziet het ook: weggesleten verf alom en op veel plaatsen sporen van corrosie. Oudstrijders met veel littekens dus, maar ze werken mechanisch nog even goed als toen ze nieuw waren!! En bij een zeemolen voor het zware werk is dat wat écht telt.

DEMONTAGE

 

 

Zoals steeds beginnen we met het wegnemen van de spoel. We draaien de slipdop los. Deze is uit kunststof met een messing binnenwerk. De dop is prima afgeveerd en geeft de druk progressief door aan de slipschijven.

Een clip in staaldraad houdt de stack slipschijven op zijn plaats. We verwijderen de clip en nemen de dragschijven uit.

 

Voor die tijd een zéér goede drag! Het remmateriaal is teflon. Let op de juiste volgorde: spoel>teflon>messing ovalen gat>teflon>messing met oortjes>teflon>messing ovalen gat

We nemen de spoel uit. Deze is zwaar uitgevoerd in  goudgeanodiseerd aluminium. Deze behandeling geeft een goede bescherming  tegen corrosie, maar toch blijft een degelijk onderhoud belangrijk. Hier zien we de typische corrosie aan de binnenkant van de spoel. Zeewater dringt door onder de lijn op de spoel en zet daar zout af. Na verloop van tijd vreet dit zout in. Tip: je kan dit voorkomen door, voor het opspoelen van lijn, de spoel een heel lichte coating te geven met vaseline. De vaseline tast de lijn niet aan en beschermt goed.

De spoel zit stabiel op de spoellager. Op de ratel ligt een fiber schijfje.

Vervolgens draaien we de vijs uit die de slinger vastzet en trekken de slinger uit het molenhuis. Op de slinger zit een degelijk systeem om de slinger tijdens het transport in te klappen. Verwijder de drie vijzen die het deksel van de carter vasthouden.

We nemen het messing rondelletje weg dat op de slingeras zit (hier reeds gebeurd) en nemen het kroontandwiel uit.

Het kroontandwiel is in een witte metaallegering (zink, aluminium?). De slingeras is messing alsook het kleine tandwiel van de oscillator (op en neer systeem) dat  schuivend op de as zit.

Had hier liever brons gehad, maar het moet goed spul zijn want er zijn amper slijtagesporen te zien op de tanden.

De slingeras zit aan de zijde van de slinger in een kogellager (neem deze uit het deksel). Aan de andere zijde zit de as in een bronzen glijlager.

We zien de pignon (kleine tandwiel) met schuingestoken vertanding, de centrale as, de dunne verbindingsas van de anti-retour en het op/neer systeem. Draai de vijs los die de glijder van de op/neer vasthoudt op de centrale as en trek de centrale as uit het molenhuis. Houdt hierbij de glijder stevig vast, want de as knelt vrij stevig in de glijder. Neem de glijder uit.

De centrale as is 6 m/m dik en in hoogwaardig inox.

Nu gaan we de rotor verwijderen. Deze zit vast met een moer (los=tegen klok in) , met daaronder een borgrondel en onderaan een rondel met uitsparing die de rotor op de pignonas verankert.

 

Aan de onderkant van de rotor zit het tandrad van de anti-retour. Zoals we verder zien een zeer belangrijke innovatie.

Nu gaan we het anti-retour mechanisme verwijderen dat onder de rotor zit. De veertjes zijn uit heel dunne staaldraad gemaakt. Toch wel een minpunt in deze voor de rest oerstevige molen.

 

Verwijder de vijs van de anti-retour pal en neem deze uit. Oppassen dat het veertje niet wegvliegt!

 

Ook op de as die de anti-retour bedient zit bovenaan een zeer fijn veertje. Als we de as naar boven toe uitduwen dit veertje vasthouden om kwijtspelen te voorkomen. Let op de positie van de veertjes als je later alles terug monteert.

De anti-retour hendel zit onderaan het molenhuis. Vijs verwijderen, hendel en rondelletje wegnemen. Verbindingsas naar boven uitduwen.

Nu volgt het afdekplaatje dat de pignon vasthoudt. De drie vijzen verwijderen.

We zien de pignonas die in een kogellager draait. Naar boven uittrekken.

De pignonas is messing, en de pignon zelf is gefreesd staal. Het geheel past nauwkeurig in het molenhuis en er is amper  speling op de rotor.

De oscillator werkt met een apart, plat tandwieltje. Op de pen die in de glijder past zit een messing busje dat als lager fungeert.

Het molenhuis is nu bijna leeg. Rest enkel de glijlager van de slingeras.

 

De rotor met beugelmechanisme zal ik nu apart behandelen.

 

Er zijn twee versies van de GS: die met een complete beugel en deze versie met een simpele pick-up. Eigenlijk identiek, enkel dat bij het beugel-model de staaldraad naar de andere zijde van de rotor doorloopt. Voor de worp wordt de beugel/pick-up neergeklapt. Na de worp heb je de keuze: aan de slinger draaien zodat de  pick-up tegen de zwarte kunststof insert (op steel van de molenvoet) stoot en automatisch dichtklapt. Werkt goed maar is nogal bruut in werking. Je kan ook gewoon met de hand dichtklappen en dit gaat veel zachter.

Het lijnrolletje is hardverchroomd en draait op een inox-stalen asje. Is prima, maar dat asje zit op een grote aluminium vijs. Als we deze vijs losmaken kunnen we het rolletje reinigen en smeren. Op mijn geleende exemplaren echter zitten deze vijzen muurvast. Op één draait het rolletje nog goed en heb deze na een solvent-badje langs buiten terug gesmeerd. Op de andere zat het rolletje niet alleen helemaal vast, het was ook al ingesleten. Omdat dit toch niet meer echt bruikbaar was heb ik alle truken toegepast in een ultieme poging om de vijs los te krijgen, maar uiteindelijk begaf de brug van de pick-up.

Naar het schijnt is deze vijs met contra-draad (linkse draad), dus los = met klok mee! Kan ik niet bevestigen, want muurvast in beide richtingen. Als je de vijs losdraait dus eerst met klok mee proberen.(tip: een goede manier om een vijs los te krijgen is eerst heel even vast draaien om dan los te draaien).(NVDR: heb de vijs uitgeboord om zeker te zijn, en is inderdaad linkse draad. Los is met klok mee!)

 

Moraal: laat het niet zo ver komen. En als je op jouw molen deze vijs nog loskrijgt zonder te forceren alles goed reinigen, olie op asje en de vijs goed invetten als je deze terug monteert.

 

 

Om de pick-up te verwijderen draaien we de  vijs los en trekken de pick-up los van de veer. Let op het gaatje waar de veer in past als je terug monteert.

 

Het haakje van de veer steekt rechtsboven uit het afdekplaatje. We  draaien het vijsje los en verwijderen  het afdekplaatje.

 

De veer heeft twee armen: de korte zit links in een gaatje, de lange arm steekt boven uit het afdekplaatje en past in de pick-up bij de montage.

 

 

Aan de andere zijde van de rotor zien we een ander afdekplaatje met een opening. Bij het beugel-model zit hier de beugel bevestigd. Hieronder zit een contra-gewicht in lood, bedoeld voor het uitbalanceren van de rotor.

 

BEOORDELING

STERKE PUNTEN

  • Door het hoofdtandwiel naar achter te verplaatsen t.o.v. de centrale as is het mogelijk een molen te maken die zeer makkelijk aan te passen is voor linkshandigen. Je monteert de slinger in de andere richting, en klaar is kees. Bij de Franse molens van de oude generatie, met conische tandwielen, was dit niet mogelijk. Sommige fabricanten maakten speciale linkshandige modellen, maar dat was de uitzondering.
  • De GS 9 heeft een ratio (overbrenging) van 1/3,3. De inhaalkracht is dus groot, ideaal voor het bootvissen.
  • De wegklapbare pick-up, waardoor de lijn tijdens de worp niet achter de pick-up kan slaan. In die tijd een nieuwigheid.
  • Het oscillatie-systeem is prima: door te werken met een aparte overbrenging gaat de spoel 1x op en neer voor twee slingerslagen. Bij de Franse zeemolens zat de glijder op het hoofdtandwiel, dus 1x op en neer voor elke slingerslag. Daardoor kan je de GS ook gebruiken met Dyneema gevlochten draad.
  • De anti-retour zit op de rotor, en niet op het hoofdtandwiel zoals in die tijd de regel was. Niet zonder belang! Een molen wordt typisch het zwaarst belast bij vasthangen. De lijn wordt dan zo strak mogelijk aangedraaid, en dan begint men te trekken en te sleuren tot het lood loskomt of de lijn breekt. Sommigen trekken op de hengel (heb er al veel zien sneuvelen op die manier!), de meer voorzichtige vissers houden de hengel in het verlengde van de lijn en trekken op de molen. Met een klassieke anti-retour op het grote tandwiel komt dan de volledige kracht op de tandwielen te liggen. Omdat er slechts vol contact is tussen 1 tand van het grote tandwiel en 1 tand van de pignon (zeker bij klassieke conische tandwielen) is de kans reëel dat we tanden forceren. Bij de GS komt de kracht rechtstreeks op de anti-retour en is er geen belasting op de tandwielen. Tip: bij vasthangen de lijn rond een stukje hout of zo draaien en daarmee trekken. Voorkomt veel miserie!
  • De molen is zwaar gebouwd in degelijke en slijtvaste materialen.

ZWAKKE PUNTEN

  • De veertjes van het anti-retour mechanisme zijn zeer dun en kwetsbaar. Omdat er geen pakking is kan er makkelijk zeewater en zand in deze ruimte onder de rotor kruipen. Bij het bootvissen niet echt een probleem, maar strandvissers kunnen best regelmatig de rotor goed reinigen.
  • De ronde veer in de pick-up is niet echt roestvrij materiaal. Op de geteste exemplaren zijn ze serieus gecorrodeerd en ik heb het gevoel dat deze veer al eens zal breken. (een gebroken pick-up veer was destijds trouwens een klassieke  panne bij zowat alle molens)
  • De molen ziet er prachtig uit als hij nieuw is. Maar als je hem niet goed onderhoudt zal hij al snel aangetast worden door zeezout. De spoel is geanodiseerd, en dat geeft een zekere bescherming. Het molenhuis en de rotor zijn volgens Daiwa ook geanodiseerd, maar ik heb de indruk dat deze geverfd zijn. In ieder geval, goed afspoelen onder warm water na elke visbeurt is bij alle zeemolens en reels zeer belangrijk maar bij de GS een absolute must als je wil dat hij zijn mooie look behoudt. Ook hebben de metalen stickers neiging los te komen.
  • De grote alu vijs op het asje van het lijnrolletje. Een aluminium vijs in een aluminium pick-up is geen goed idee. Tenzij je zeer goed onderhoudt zal dit al snel corroderen en hopeloos vast gaan zitten.

CONCLUSIE

De Japanse industrie beleeft in de jaren 70 een complete transformatie. Massaproductie van goedkope imitatie -rommel maakt plaats voor doorgedreven quality control en innovatie. De Daiwa GS 9 is een prachtig voorbeeld van deze nieuwe filosofie: mooi, innovatief en degelijk.

Dat de GS 9 ondertussen al meer dan 40 jaar in productie is, is voldoende bewijs van zijn degelijkheid.

Ik heb een vermoeden dat als er wereldwijd een poll georganiseerd wordt met de vraag: "geef jouw top-tien van de beste molens aller tijden", dat de GS zéér hoog zal eindigen.